Als je puber niet luistert
Over autonomie, het puberbrein en waarom strijd vaak gaat over iets anders dan regels
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Veel ouders van pubers herkennen het:
“Alles is discussie.”
“Hij hoort me wel, maar doet gewoon het tegenovergestelde.”
“Ik moet alles tien keer zeggen.”
“Niets lijkt meer vanzelf te gaan.”
En eerlijk is eerlijk: opvoeden in de puberteit is vaak uitputtend. Waar je vroeger nog kon sturen, lijkt het nu alsof elke vraag een machtsstrijd wordt.
Toch zie ik in mijn werk met gezinnen iets belangrijks:
Pubers die “niet luisteren”, zijn meestal niet ongehoorzaam.
Ze zijn bezig met loskomen, zichzelf worden en hun autonomie beschermen.
Het puberbrein is in verbouwing
In de puberteit gebeurt er van alles in het brein:
Dat betekent:
Pubers willen zelfstandig zijn,
maar kunnen het nog niet altijd goed overzien en reguleren.
Dat is geen onwil. Dat is ontwikkeling.
“Niet luisteren” is vaak autonomie-gedrag
Voor een puber kan meewerken voelen als:
Dan wordt tegenwerken een manier om te zeggen:
“Ik ben van mij.”
“Ik wil zelf bepalen.”
“Zie mij.”
Waarom het zo snel escaleert
Veel ruzies tussen ouders en pubers volgen dit patroon:
Ouder vraagt → puber voelt druk → puber gaat in verzet → ouder gaat duwen → puber escaleert → iedereen boos.
Dan gaat het al lang niet meer over huiswerk, bedtijd of opruimen.
Dan gaat het over macht, autonomie en erkenning.
Wat gebeurt er in het puberbrein onder stress?
Net als bij jonge kinderen geldt:
Een puber in stress kan niet goed luisteren.
Onder stress:
Dan zie je:
Wat helpt wél in de omgang met pubers?
Vraag jezelf:
“Gaat dit over veiligheid of over controle?”
Niet alles hoeft een machtsstrijd te worden.
In plaats van:
“Omdat ik het zeg.”
Meer:
“Hoe kunnen we dit zo regelen dat het werkt voor ons allebei?”
Dat betekent niet dat je geen grenzen stelt.
Het betekent dat je de puber serieus neemt als gesprekspartner.
Zinnen als:
“Ik snap dat je dit zelf wilt beslissen.”
… verlagen vaak meteen de spanning.
Autonomie erkennen is niet hetzelfde als alles goedvinden.
Een puber die zich:
… werkt uiteindelijk meer mee dan een puber die zich alleen gecontroleerd voelt.
Hun brein is nog in aanbouw.
Ze hebben jouw rust, begrenzing en voorbeeld nog nodig, ook al doen ze alsof van niet.
Wat helpt meestal niet?
Dat vergroot meestal alleen maar de afstand.
Wanneer is het goed om verder te kijken?
Als:
… dan is het belangrijk om te kijken:
“Wat speelt hier onder deze strijd?”
Soms gaat het over:
Tot slot
Pubers die niet luisteren, zijn meestal geen lastige pubers.
Ze zijn pubers in ontwikkeling, verwarring en losmaking.
En ouders die het moeilijk vinden, zijn geen slechte ouders.
Ze zitten in een van de lastigste opvoedfases die er is.
Afsluitend
In mijn werk met gezinnen help ik ouders en pubers om uit vastgelopen strijdpatronen te komen en het contact weer werkbaarder en veiliger te maken — zonder de puber kleiner te maken en zonder de ouder te ondermijnen.
Fred Hooft
Houthavenkade 23a
1014 ZB Amsterdam
Tel: 06-59112947
E-mail: info@systeemtherapiefred.nl