Wanneer sterk zijn een gevangenis wordt
Over de prijs van altijd zelfstandig moeten zijn
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Voor veel mensen klinkt dat als een kracht.
Zelfstandig zijn, verantwoordelijkheid nemen en problemen kunnen oplossen zijn waardevolle eigenschappen.
Maar soms is sterk zijn geen keuze meer.
Dan is het een manier van overleven geworden.
In de spreekkamer ontmoet ik regelmatig mensen die alles alleen doen. Ze vragen zelden om hulp, zijn er altijd voor anderen en lijken hun leven goed op orde te hebben.
“Ik voel me alleen, zelfs als er mensen om me heen zijn.”
“Ik weet niet meer hoe het is om op iemand te kunnen leunen.”
Vaak ligt de oorsprong niet in het heden, maar in het verleden.
Sommige kinderen leren al vroeg dat er niemand komt wanneer zij bang, verdrietig of onzeker zijn.
Misschien waren hun ouders emotioneel afwezig.
Misschien waren zij zelf overbelast.
Misschien was er geen ruimte voor kwetsbaarheid.
Een kind trekt daar zelden de conclusie uit dat de ouders tekortschieten.
“Dan moet ik het zelf doen.”
Die strategie werkt vaak verrassend goed.
Het kind wordt zelfstandig.
Maar wat ooit een slimme aanpassing was, kan later een gevangenis worden.
Want als je altijd degene bent die alles zelf oplost, wordt hulp vragen steeds moeilijker.
Als je altijd sterk bent, wordt kwetsbaarheid spannend.
Als anderen jou vooral kennen als degene die alles aankan, zien zij vaak niet dat jij óók behoefte hebt aan steun.
Zo kan iemand die door iedereen bewonderd wordt om zijn kracht, zich van binnen diep alleen voelen.
Niet omdat er niemand is.
Maar omdat niemand de persoon achter die kracht werkelijk ontmoet.
Het bijzondere is dat veel mensen zich schuldig voelen wanneer ze eindelijk wél hulp nodig hebben.
Alsof afhankelijk zijn een teken van zwakte is.
Terwijl afhankelijkheid juist een normaal onderdeel is van mens-zijn.
We worden allemaal afhankelijk geboren.
We hebben allemaal anderen nodig.
En ook als volwassene blijven we groeien in verbinding met anderen.
Werkelijke kracht zit daarom misschien niet in alles alleen kunnen.
Werkelijke kracht zit in kunnen onderscheiden wanneer je iets zelf kunt dragen en wanneer het wijs is iemand anders toe te laten.
Maar omdat niemand bedoeld is om het leven altijd alleen te dragen.
Misschien is dat wel de grootste paradox.
Mensen die het langst sterk zijn geweest, vinden het vaak het moeilijkst om zich te laten steunen.
Niet omdat ze geen vertrouwen hebben in anderen.
Maar omdat ze ooit hebben geleerd dat overleven betekende dat ze het alleen moesten doen.
Herstel begint vaak niet met sterker worden.
Herstel begint wanneer sterk zijn niet langer de enige manier is waarop je jezelf veilig kunt voelen.
Wanneer je ontdekt dat je niet minder wordt door hulp te vragen.