Wanneer gevoelens niet helemaal van jou lijken te zijn
Over Melanie Klein, projectieve identificatie en wat zich tussen mensen afspeelt
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Soms ontmoet je iemand en merk je dat er iets met je gebeurt.
Je voelt je ineens onzeker.
Alsof er iets in jou wordt wakker gemaakt dat je daarvoor niet voelde.
Dat gebeurt niet alleen in liefdesrelaties.
Het gebeurt ook tussen ouders en kinderen.
En zelfs tussen cliënt en therapeut.
Vanuit de psychoanalyse beschreef Melanie Klein een fascinerend verschijnsel dat zij projectieve identificatie noemde.
Een ingewikkelde term voor iets dat eigenlijk heel menselijk is.
Namelijk dat mensen soms gevoelens die zij zelf moeilijk kunnen verdragen onbewust onderbrengen bij iemand anders.
Meer dan gewone projectie
Veel mensen kennen het begrip projectie.
Iemand die zijn eigen boosheid niet wil zien en anderen agressief noemt.
Iemand die zichzelf onzeker voelt en voortdurend denkt dat anderen hem afwijzen.
Projectieve identificatie gaat een stap verder.
Volgens Klein projecteren we niet alleen gevoelens op anderen.
Soms gedragen we ons ook op een manier waardoor de ander die gevoelens daadwerkelijk gaat ervaren.
Alsof een gevoel langzaam verhuist van de ene persoon naar de andere.
Stel dat een ouder moeite heeft met zijn eigen angst.
Niet omdat die ouder zwak is.
Maar omdat angst vroeger misschien geen plek mocht hebben.
Die angst verdwijnt niet.
Gevoelens verdwijnen zelden zomaar.
Soms worden ze onbewust buiten jezelf geplaatst.
En dan kan het gebeuren dat een kind degene wordt die de angst gaat dragen.
Alsof het iets voelt wat groter is dan zichzelf.
Van buitenaf lijkt het dan alsof het kind het probleem heeft.
Maar systemisch bekeken ontstaat een andere vraag:
Van wie is deze angst eigenlijk?
Hoe families bepalen wie de pijn gaat dragen
Dat is misschien wel de plek waar psychoanalyse en systeemtherapie elkaar ontmoeten.
In veel gezinnen lijkt er een onzichtbare taakverdeling te bestaan.
De één draagt de verantwoordelijkheid.
En soms draagt één gezinslid de klachten.
Het kind dat niet goed gaat.
De partner met burn-outklachten.
Vanuit systeemtherapie noemen we dat soms een symptoomdrager.
Vanuit Melanie Klein zouden we kunnen vragen:
Welke gevoelens kan dit systeem moeilijk verdragen?
Wie draagt ze namens de anderen?
Wat gebeurt er tussen mensen?
Een van de mooiste bijdragen van Klein en later Bion is misschien wel dat zij lieten zien dat gevoelens niet alleen binnen mensen bestaan.
Gevoelens bewegen zich ook tussen mensen.
Een baby die angstig is zoekt een ouder die die angst kan helpen dragen.
Een kind dat verdrietig is zoekt troost.
Een partner die overspoeld raakt zoekt begrip.
Dat is hoe mensen zich ontwikkelen.
Maar wanneer gevoelens nergens terecht kunnen, ontstaan er soms ingewikkelde patronen.
Dan gaan mensen gevoelens voor elkaar dragen.
Soms zelfs generaties lang.
Ook in therapie gebeurt dit
Veel therapeuten herkennen het.
Een cliënt komt gespannen binnen.
En lijkt opgelucht naar huis te gaan.
Terwijl de therapeut zich na afloop ineens somber, angstig of machteloos voelt.
Niet omdat de therapeut dezelfde problemen heeft.
Maar omdat emoties zich ook relationeel afspelen.
Dat betekent niet dat gevoelens letterlijk worden overgedragen.
Wel dat mensen voortdurend invloed op elkaar uitoefenen.
Misschien is dat wel de kern
Misschien zijn gevoelens minder individueel dan wij vaak denken.
Misschien bestaan emoties niet alleen in mensen.
Dat betekent niet dat we verantwoordelijk zijn voor elkaars gevoelens.
Maar wel dat we elkaar voortdurend beïnvloeden.
En misschien begint begrip soms met een onverwachte vraag:
Is dit gevoel eigenlijk helemaal van mij?
Of draag ik misschien iets wat ooit ergens anders is begonnen?
Want soms vertellen gevoelens niet alleen iets over wie wij zijn.
Maar ook over de relaties waarin wij leven.