Waarom afwijzing door een ouder niet ophoudt wanneer je volwassen wordt
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Veel mensen denken dat pijn uit de jeugd vanzelf minder wordt wanneer je volwassen bent.
Je krijgt een eigen huis.
En toch kan één opmerking van een ouder je nog steeds raken alsof je weer tien jaar oud bent.
Dat is voor veel mensen verwarrend.
“Waarom doet dit me nog zoveel?”
“Waarom kan ik het niet gewoon loslaten?”
Het antwoord is vaak eenvoudiger én pijnlijker dan mensen denken.
Omdat een ouder niet zomaar iemand is.
Een ouder is geen gewone relatie
De relatie met een ouder is de eerste relatie waarin we leren wie we zijn.
Via onze ouders ontdekken we:
* Ben ik welkom?
* Doe ik ertoe?
* Ben ik belangrijk?
* Mag ik zijn wie ik ben?
* Is er ruimte voor mijn gevoelens?
* Ben ik de moeite waard?
Een kind kijkt naar zichzelf door de ogen van zijn ouders.
Wanneer een ouder liefdevol, betrokken en beschikbaar is, ontstaat er meestal een gevoel van basisveiligheid.
Maar wanneer een ouder afwijzend, kritisch, afwezig of onbereikbaar is, ontstaat vaak iets anders.
Maar ook twijfel aan jezelf.
Wat veel mensen niet beseffen, is dat een deel van ons blijft hopen.
Ook wanneer we volwassen zijn.
Ook wanneer we rationeel weten dat een ouder waarschijnlijk nooit zal veranderen.
Er blijft vaak een verlangen bestaan.
Misschien ziet hij mij ooit.
Misschien begrijpt ze mij ooit.
Misschien krijg ik ooit alsnog de erkenning waar ik zo naar verlang.
Dat verlangen is niet kinderachtig.
Ieder kind wil gezien worden door zijn ouders.
Waarom succes de pijn niet oplost
Sommige mensen proberen de afwijzing te overstijgen.
Bewijzen dat ze wel degelijk de moeite waard zijn.
Van buiten lijkt dat soms succesvol.
Van binnen blijft vaak dezelfde vraag bestaan:
“Ben ik nu eindelijk goed genoeg?”
Het pijnlijke is dat ouderlijke afwijzing vaak niet gaat over prestaties.
Het gaat over verbondenheid.
En verbondenheid kun je niet verdienen.
De volwassen reactie en de kinderlijke pijn
Veel mensen schrikken van de intensiteit van hun emoties wanneer een ouder hen opnieuw afwijst.
Geen reactie op belangrijk nieuws.
Plotseling voelen ze verdriet, boosheid, schaamte of wanhoop.
Maar omdat oude hechtingswonden worden geraakt.
Op zulke momenten reageert niet alleen de volwassene.
Ook het kind dat ooit afhankelijk was van die ouder wordt opnieuw wakker.
Soms is de grootste opgave niet het herstellen van de relatie.
Maar het loslaten van de hoop dat de ouder ooit zal worden wie je nodig had.
Dat is een vorm van rouw.
Rouw om iets wat misschien nooit heeft bestaan.
De vader die je nodig had.
De moeder die je nodig had.
De erkenning die nooit kwam.
De veiligheid die ontbrak.
Dat verlies kan soms pijnlijker zijn dan het verlies van iemand die overleden is.
Want zolang iemand leeft, blijft de hoop bestaan.
Herstel begint vaak ergens anders
Veel mensen proberen jarenlang alsnog erkenning van hun ouder te krijgen.
Maar herstel begint vaak pas wanneer de vraag verschuift.
“Hoe krijg ik mijn ouder zover dat hij mij ziet?”
“Hoe kan ik leren mezelf te zien, ook wanneer mijn ouder dat nooit volledig heeft gedaan?”
Dat betekent niet dat de pijn verdwijnt.
Het betekent wel dat je leven niet langer volledig afhankelijk wordt van een erkenning die misschien nooit zal komen.
Misschien is volwassen worden niet het moment waarop de wond verdwijnt.
Misschien is volwassen worden het moment waarop je stopt met wachten tot iemand anders haar geneest.
En leert om jezelf te geven wat je vroeger zo hard nodig had