Hoe ontstaat psychisch lijden tussen mensen?
Waar psychoanalyse en systeemtherapie elkaar ontmoeten
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Wanneer mensen psychische klachten ontwikkelen, zoeken we vaak naar verklaringen binnen het individu.
* Wat is er met iemand gebeurd?
* Welke traumatische ervaringen heeft iemand meegemaakt?
* Welke schema’s heeft iemand ontwikkeld?
* Welke hechtingsstijl heeft iemand?
* Welke diagnose past bij de klachten?
Dat zijn belangrijke vragen.
Maar er bestaat nog een andere vraag.
Een vraag die minder vaak wordt gesteld.
Hoe ontstaat psychisch lijden tussen mensen?
Want mensen bestaan niet los van hun omgeving.
Niemand ontwikkelt zichzelf in een vacuüm.
Wij worden gevormd in relaties.
En juist daar ontmoeten psychoanalyse en systeemtherapie elkaar.
Psychische klachten ontstaan zelden alleen
Vanuit de psychoanalyse weten we dat mensen voortdurend gevoelens, angsten, verlangens en conflicten met zich meedragen.
Niet alles daarvan is bewust.
Sommige gevoelens zijn te pijnlijk.
Daardoor worden zij afgeweerd, verdrongen, gesplitst of geprojecteerd.
Maar die gevoelens verdwijnen niet.
Zij zoeken een andere weg naar buiten.
Vanuit de systeemtherapie weten we tegelijkertijd dat mensen voortdurend invloed op elkaar uitoefenen.
Emoties bewegen zich door systemen.
Spanningen worden verdeeld.
Taken worden onuitgesproken toegewezen.
Soms lijkt het alsof een gezin gezamenlijk probeert een evenwicht te bewaren.
Ook wanneer dat evenwicht veel pijn veroorzaakt.
Waarom krijgt juist deze persoon klachten?
Dat is een vraag die mij altijd heeft gefascineerd.
Waarom ontwikkelt in hetzelfde gezin het ene kind een angststoornis?
Het andere een depressie?
En het derde kind nauwelijks zichtbare klachten?
Waarom wordt juist één kind de zondebok?
Waarom wordt één partner overspoeld door angst terwijl de ander nauwelijks gevoelens lijkt te ervaren?
Waarom wordt één gezinslid de drager van wat iedereen probeert te vermijden?
Psychoanalyse en systeemtherapie geven hier samen een interessant antwoord op.
Soms draagt iemand niet alleen zijn eigen pijn.
Soms draagt iemand ook een deel van de pijn van het systeem.
De verdeling van gevoelens
Binnen gezinnen zien we vaak dat gevoelens als het ware verdeeld raken.
De ene persoon draagt de angst.
De volgende het verdriet.
Weer iemand anders wordt degene die sterk moet blijven.
Niet omdat iemand dat bewust kiest.
Maar omdat systemen vaak een manier zoeken om met spanning om te gaan.
Wanneer ouders bijvoorbeeld weinig ruimte hebben voor hun eigen verdriet, kan een kind degene worden die alle emoties laat zien.
Wanneer conflicten niet uitgesproken mogen worden, kan een puber de boosheid gaan uiten die eigenlijk overal aanwezig is.
Wanneer kwetsbaarheid niet veilig voelt, kan één gezinslid klachten ontwikkelen die zichtbaar maken dat er iets misgaat.
Het symptoom bevindt zich dan bij één persoon.
Maar de spanning bevindt zich vaak in het hele systeem.
Symptomen als communicatie
Vanuit een individueel perspectief lijken klachten vaak zinloos.
Niemand wil angstig zijn.
Niemand wil depressief zijn.
Niemand wil zichzelf beschadigen.
Niemand wil voortdurend vastlopen in relaties.
Maar wanneer we systemisch kijken, ontstaat soms een andere vraag:
Wat probeert dit symptoom te vertellen?
Niet omdat klachten bewust gekozen worden.
Maar omdat symptomen vaak iets zichtbaar maken wat nog geen woorden heeft gekregen.
Een angstig kind kan een gezin vertellen dat veiligheid ontbreekt.
Een depressieve partner kan zichtbaar maken dat er verlies of leegte bestaat waar niemand over spreekt.
Een agressieve puber kan iets uitdrukken wat jarenlang is onderdrukt.
Soms zegt gedrag wat woorden niet kunnen zeggen.
Projectieve identificatie: pijn verdelen zonder woorden
Hier ontmoeten psychoanalyse en systeemtherapie elkaar misschien wel het duidelijkst.
Melanie Klein beschreef hoe mensen gevoelens die zij zelf niet kunnen verdragen soms buiten zichzelf plaatsen.
Een ouder die zijn eigen boosheid niet mag voelen, kan een kind gaan ervaren als “het boze kind”.
Een partner die zijn kwetsbaarheid afsplitst, kan de ander gaan zien als “de gevoelige”.
Een gezin dat geen verdriet verdraagt, kan één gezinslid krijgen dat alle pijn lijkt te voelen.
Het bijzondere is dat die ander die gevoelens soms daadwerkelijk gaat ervaren.
Niet omdat het wordt opgelegd.
Maar omdat relaties voortdurend invloed op elkaar uitoefenen.
Zo ontstaat iets wat veel verder gaat dan individuele psychologie.
Er ontstaat een emotioneel systeem.
Misschien is de zondebok wel een van de bekendste voorbeelden.
Bijna ieder gezin kent bewust of onbewust de neiging om spanning ergens onder te brengen.
Soms gebeurt dat bij één persoon.
De partner die zogenaamd het probleem vormt.
De collega die onrust veroorzaakt.
Wanneer iedereen naar die persoon kijkt, hoeft niemand meer naar het grotere geheel te kijken.
De aandacht verschuift van het systeem naar het individu.
Dat geeft tijdelijk rust.
Maar lost meestal niets op.
Want het probleem zat vaak nooit alleen in die ene persoon.
Liefdesrelaties doen hetzelfde
Wat binnen gezinnen gebeurt, zien we ook binnen relaties.
Vaak draagt de ene partner wat de andere vermijdt.
De ene partner zoekt nabijheid.
De andere bewaakt afstand.
De ene partner voelt angst.
De andere voelt irritatie.
Vaak lijken deze verschillen toevallig.
Maar meestal vormen zij samen één systeem.
Twee mensen organiseren samen iets wat geen van beiden alleen doet.
De angst van de één houdt de afstand van de ander in stand.
De afstand van de ander vergroot de angst van de één.
Zo ontstaat een dans waarin beide partners elkaar voortdurend beïnvloeden.
Psychisch lijden is vaak relationeel
Dat betekent niet dat individuele ervaringen onbelangrijk zijn.
Hechtingsproblemen bestaan.
Psychiatrische aandoeningen bestaan.
Maar veel psychisch lijden ontstaat niet alleen binnen mensen.
Het ontstaat ook tussen mensen.
In de ruimte tussen jou en de ander.
In wat wordt uitgesproken.
En misschien nog wel meer in wat niet wordt uitgesproken.
In wat niemand mag voelen.
In wat zichtbaar wordt gemaakt door degene die uiteindelijk de klachten ontwikkelt.
Misschien is de vraag daarom niet alleen:
* Wat is er mis met deze persoon?
* Welke diagnose heeft hij?
* Welke klachten heeft zij?
* Welke pijn wordt hier gedragen?
* Voor wie wordt deze pijn gedragen?
* Wat probeert dit symptoom zichtbaar te maken?
* Welke boodschap zit verborgen in dit gedrag?
* Wat gebeurt er in de relaties rondom deze persoon?
Want soms bevindt het symptoom zich in één mens.
Maar bevindt het probleem zich in de verbinding tussen mensen.
En juist daar ontmoeten psychoanalyse en systeemtherapie elkaar.
In de zoektocht naar de vraag:
Niet alleen waarom iemand lijdt, maar waarom een systeem dit lijden nodig heeft om iets zichtbaar te maken wat anders verborgen zou blijven