Waarom verandering vaak weerstand oproept bij de omgeving
Omdat symptomen vaak een functie hebben binnen een systeem
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Veel mensen denken dat hun omgeving blij zal zijn wanneer zij veranderen.
Wanneer zij sterker worden.
Duidelijker grenzen stellen.
Meer voor zichzelf opkomen.
Minder zorgen voor anderen.
Minder afhankelijk worden.
Maar in de praktijk gebeurt vaak iets anders.
Juist op het moment dat iemand begint te veranderen, ontstaat er weerstand.
Niet alleen in die persoon zelf.
Maar ook bij de mensen om hem heen.
Want waarom zou iemand bezwaar hebben tegen een positieve ontwikkeling?
Vanuit systeemtherapie is dat vaak beter te begrijpen.
Systemen houden van evenwicht
Ieder gezin, iedere relatie en iedere organisatie ontwikkelt na verloop van tijd een bepaald evenwicht.
Dat evenwicht hoeft niet gezond te zijn.
Het hoeft zelfs niet prettig te zijn.
Maar het is wel voorspelbaar.
Mensen weten wat hun rol is.
Wie de verantwoordelijkheid draagt.
Wie de problemen laat zien.
Dat evenwicht ontstaat vaak onbewust.
Maar zodra iemand uit zijn rol stapt, verandert het hele systeem.
Symptomen hebben vaak een functie
Vanuit een individueel perspectief lijkt een symptoom vooral een probleem.
Maar vanuit een systemisch perspectief heeft gedrag vaak ook een functie.
Een kind dat zich voortdurend aanpast, voorkomt misschien conflicten tussen ouders.
Een partner die alle verantwoordelijkheid draagt, voorkomt dat de ander zijn onzekerheid hoeft te voelen.
Een gezinslid met zichtbare klachten kan de aandacht afleiden van spanningen die elders in het systeem aanwezig zijn.
Dat betekent niet dat klachten “goed” zijn.
Maar wel dat ze vaak onderdeel worden van een bestaand evenwicht.
Wat gebeurt er als iemand verandert?
Stel dat iemand die altijd voor anderen zorgde, ineens grenzen gaat stellen.
Dan verandert er meer dan alleen zijn gedrag.
Andere mensen moeten zich ook aanpassen.
Degene die gewend was geholpen te worden, moet misschien zelf verantwoordelijkheid nemen.
Degene die gewend was kritiek te leveren, krijgt ineens te maken met weerstand.
Degene die gewend was centraal te staan, moet ruimte delen.
Verandering bij één persoon vraagt vaak verandering van iedereen.
En juist daar ontstaat weerstand.
Soms lijkt het alsof mensen verandering tegenwerken.
Maar vaak verdedigen zij niet bewust het probleem.
Zij verdedigen het bekende.
Het evenwicht waarop het systeem jarenlang heeft gedraaid.
Dat maakt verandering ingewikkeld.
Want mensen veranderen niet in een leegte.
Ze veranderen binnen relaties.
Binnen systemen die zich vaak automatisch proberen te herstellen naar hoe het altijd was.
Daarom voelt groei soms eenzaam
Veel mensen verwachten dat persoonlijke groei direct opluchting geeft.
Soms doet het tegenovergestelde zich voor.
Wanneer je stopt met pleasen, worden sommige mensen boos.
Wanneer je grenzen stelt, vinden sommige mensen je lastig.
Wanneer je jezelf laat zien, verliezen sommige relaties hun oude vorm.
Wanneer je niet langer de rol vervult die anderen van je verwachten, kan dat spanning oproepen.
Niet omdat je iets verkeerd doet.
Maar omdat het systeem zich moet herorganiseren.
De paradox van verandering
Het bijzondere is dat juist weerstand soms een teken is dat er werkelijk iets verandert.
Niet iedere weerstand betekent dat je op de verkeerde weg zit.
Soms betekent weerstand dat een oud patroon zijn grip verliest.
Dat een systeem zich moet aanpassen aan een nieuwe werkelijkheid.
Dat mensen opnieuw moeten leren omgaan met elkaar.
En soms ook de bereidheid om tijdelijk ongemak te verdragen.
Misschien is de vraag daarom niet:
“Waarom vinden anderen het moeilijk dat ik verander?”
“Welke functie had mijn oude gedrag binnen dit systeem?”
Want vaak ontstaat weerstand niet omdat verandering verkeerd is.
Maar omdat jouw oude rol jarenlang heeft geholpen om iets anders uit beeld te houden.
En zodra jij verandert, wordt zichtbaar wat het systeem daarvoor niet hoefde te voelen.
Dat is vaak precies het moment waarop echte verandering begint.