Wanneer oude pijn nieuwe patronen gaat organiseren
Over hoe schema’s elkaar kunnen versterken
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Mensen komen zelden in therapie met één enkel probleem.
Wat aan de oppervlakte zichtbaar is, blijkt vaak verbonden met meerdere onderliggende patronen die elkaar al jarenlang versterken.
Vanuit de schematherapie noemen we deze patronen vaak schema’s.
Niet omdat er iets mis is met iemand.
Maar omdat mensen manieren ontwikkelen om om te gaan met ervaringen die ooit pijnlijk, overweldigend of eenzaam waren.
Opvallend is dat bepaalde schema’s vaak samen voorkomen.
Alsof ze onderdeel zijn van hetzelfde verhaal.
Een verhaal dat soms al vroeg in het leven begint.
Het begin: emotionele verwaarlozing
Veel van deze patronen ontstaan wanneer een kind onvoldoende krijgt wat het nodig heeft.
Niet noodzakelijk door mishandeling.
Soms juist door wat er ontbreekt.
Te weinig emotionele beschikbaarheid.
Te weinig ruimte voor gevoelens.
Het kind leert dan iets fundamenteels:
“Wat ik nodig heb, lijkt niet zo belangrijk.”
Dat noemen we vaak het schema van emotionele verwaarlozing.
Niet omdat ouders niet van hun kind hielden.
Maar omdat belangrijke emotionele behoeften onvoldoende werden gezien.
Wanneer verbinding onzeker wordt
Als emotionele behoeften onvoldoende worden beantwoord, ontstaat vaak een tweede angst.
De angst dat belangrijke anderen niet beschikbaar blijven.
Of uiteindelijk niet voor je kiezen.
Zo kan het schema van verlating ontstaan.
De wereld voelt minder voorspelbaar.
Relaties worden belangrijker, maar tegelijkertijd ook spannender.
Want wat als degene van wie je houdt straks weggaat?
Wantrouwen als bescherming
Sommige mensen hebben daarnaast ervaringen opgedaan waarbij vertrouwen daadwerkelijk werd beschadigd.
Door misbruik van kwetsbaarheid.
Dan ontstaat vaak het schema van wantrouwen en misbruik.
De verwachting dat anderen uiteindelijk misbruik zullen maken van je openheid.
Dat mensen je zullen kwetsen zodra je jezelf laat zien.
Het gevolg is vaak voortdurende alertheid.
Een deel van iemand blijft altijd op zoek naar signalen van gevaar.
Van “ik kreeg te weinig” naar “er zal iets mis zijn met mij”
Kinderen zoeken de oorzaak van pijn vaak niet buiten zichzelf.
Ze zoeken haar in zichzelf.
Wanneer belangrijke behoeften niet worden vervuld, ontstaat gemakkelijk de conclusie:
“Als ik belangrijk genoeg was geweest, hadden ze mij wel gezien.”
Daar ontstaat vaak het schema van minderwaardigheid en schaamte.
“Mijn omgeving schoot tekort.”
“Er klopt iets niet aan mij.”
Dat schema kan jarenlang invloed houden op relaties, werk en zelfbeeld.
Zelfopoffering als oplossing
Wanneer iemand diep van binnen bang is voor afwijzing, ontstaat vaak een strategie.
Rekening houden met anderen.
Eigen behoeften opzijzetten.
Zo ontstaat het schema van zelfopoffering.
Op het eerste gezicht lijkt dit een mooie eigenschap.
En vaak zit er ook oprechte betrokkenheid achter.
Maar soms wordt zorgen voor anderen een manier om verbonden te blijven.
Een manier om te voorkomen dat mensen afstand nemen.
De prijs is vaak dat iemand zichzelf langzaam kwijtraakt.
Sommige mensen ontwikkelen nog een andere oplossing.
Als ik maar perfect genoeg ben.
Dan ben ik misschien veilig.
Dan word ik misschien niet afgewezen.
Zo ontstaan meedogenloze normen.
De innerlijke overtuiging dat het nooit goed genoeg is.
Het probleem is dat deze normen zelden rust geven.
Want hoe hoog de lat ook ligt, hij kan altijd nog hoger.
Wanneer we naar deze schema’s kijken, zien we vaak geen losse problemen.
We zien een logisch systeem.
Emotionele verwaarlozing kan leiden tot verlatingsangst.
Verlating kan wantrouwen versterken.
Wantrouwen kan schaamte verdiepen.
Schaamte kan zelfopoffering of perfectionisme uitlokken.
En juist die oplossingen houden vaak de oorspronkelijke pijn in stand.
Wat ooit bescherming was, wordt dan ongemerkt een gevangenis.
Herstel begint vaak niet met harder werken aan jezelf.
Niet met jezelf verbeteren.
Niet met nóg beter je best doen.
Met het herkennen van het verhaal achter de patronen.
Met begrijpen dat veel van deze schema’s ooit logische aanpassingen waren aan omstandigheden waarin belangrijke behoeften onvoldoende werden vervuld.
En misschien nog belangrijker:
Met de ervaring dat je tegenwoordig niet alles meer alleen hoeft op te lossen.
Dat verbinding niet verdiend hoeft te worden.
Dat kwetsbaarheid niet automatisch leidt tot afwijzing.
En dat je waarde niet afhankelijk is van wat je doet voor anderen of hoe perfect je probeert te zijn.
Soms begint herstel op het moment dat je ontdekt dat de overtuigingen die je leven hebben georganiseerd begrijpelijk zijn geworden, maar niet langer de waarheid hoeven te zijn.