Waarom nabijheid soms gevaarlijk voelt
Over wanneer verbinding iets anders oproept dan veiligheid
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Veel mensen verlangen naar verbinding.
Naar een partner die dichtbij komt.
Naar vrienden die hen echt kennen.
Naar steun wanneer het moeilijk wordt.
En toch gebeurt er soms iets opvallends.
Juist wanneer iemand dichtbij komt, ontstaat spanning.
De neiging om afstand te nemen.
Of het gevoel dat je wilt verdwijnen.
Niet omdat de ander onveilig is.
Maar omdat nabijheid zelf onveilig voelt.
Het probleem is vaak niet de ander
Mensen denken dan vaak dat er iets mis is met de relatie.
Dat ze de verkeerde partner hebben gekozen.
Dat ze niet geschikt zijn voor intimiteit.
Maar vaak ligt het ingewikkelder.
Ons zenuwstelsel leert namelijk van ervaringen.
Niet van goede bedoelingen.
Maar van wat het herhaaldelijk heeft meegemaakt.
Wanneer nabijheid vroeger samen ging met afwijzing, kritiek, onvoorspelbaarheid of emotionele verwaarlozing, leert het lichaam iets belangrijks:
“Dichtbij iemand zijn kan pijn doen.”
Het lichaam onthoudt wat het hoofd allang vergeten is
Veel volwassenen begrijpen rationeel dat ze tegenwoordig veilig zijn.
Ze weten dat hun partner anders is.
Dat hun vrienden betrouwbaar zijn.
Dat hun therapeut hen niet zal afwijzen.
Maar het lichaam reageert soms alsof het gevaar nog steeds aanwezig is.
Het hart gaat sneller kloppen.
Spieren spannen zich aan.
Gedachten worden onrustig.
Of iemand trekt zich terug zonder precies te begrijpen waarom.
Het is niet het verstand dat waarschuwt.
Het is vaak een zenuwstelsel dat probeert te beschermen tegen oude pijn.
Bescherming kan eruitzien als afstand
Wanneer nabijheid spannend wordt, ontwikkelen mensen manieren om zichzelf te beschermen.
Sommigen worden heel zelfstandig.
Sommigen worden kritisch.
Anderen trekken zich terug of worden emotioneel vlak.
Van buiten lijkt het soms alsof iemand geen behoefte heeft aan verbinding.
Maar van binnen is er vaak juist een groot verlangen naar verbinding én een grote angst voor wat verbinding kan betekenen.
Waarom herstel soms zo vermoeiend is
Veel mensen verwachten dat herstel opluchting geeft.
En dat doet het vaak ook.
Maar herstel kan tegelijkertijd verrassend vermoeiend zijn.
Want herstellen betekent niet alleen nieuwe ervaringen opdoen.
Het betekent ook oude beschermingsmechanismen minder hard nodig hebben.
En dat vraagt veel van een zenuwstelsel.
Jarenlang alert zijn geweest kost energie.
Maar leren ontspannen kost soms ook energie.
Jarenlang gevoelens vermijden kost energie.
Maar ze toelaten kost vaak eveneens energie.
Daarom voelen sommige mensen zich juist moe wanneer het beter begint te gaan.
Niet omdat ze achteruitgaan.
Maar omdat hun systeem bezig is iets nieuws te leren.
Veiligheid moet soms opnieuw worden ervaren
Een van de lastigste aspecten van herstel is dat veiligheid niet ontstaat doordat iemand tegen je zegt dat je veilig bent.
Veiligheid ontstaat doordat je het herhaaldelijk ervaart.
In momenten waarop je jezelf laat zien en niet wordt afgewezen.
In momenten waarop je steun vraagt en die ook ontvangt.
Langzaam leert het lichaam dan iets nieuws.
Niet iedere fout leidt tot afwijzing.
Niet iedere kwetsbaarheid wordt misbruikt.
Herstel is vaak een relationeel proces
Mensen herstellen zelden volledig alleen.
We raken gewond in relaties.
Maar veel herstel vindt ook plaats in relaties.
In ervaringen waarin iemand beschikbaar blijft.
Waarin verschillen mogen bestaan.
Waarin je niet perfect hoeft te zijn om erbij te horen.
En waarin nabijheid niet langer automatisch betekent dat er gevaar dreigt.
Misschien is dat uiteindelijk een van de belangrijkste doelen van herstel.
Niet dat angst volledig verdwijnt.
Maar dat je lichaam langzaam begint te geloven wat je hoofd soms al weet:
Dat veiligheid tegenwoordig mogelijk is.