Hoe families bepalen wat gevoeld mag worden
Over impliciete gezinsregels en emotionele organisatie
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
De meeste gezinnen hebben regels.
Sommige zijn uitgesproken.
Maar de regels die de meeste invloed hebben op ons leven worden vaak nooit hardop uitgesproken.
Het zijn de emotionele regels van een gezin.
De onzichtbare afspraken over wat gevoeld mag worden.
En misschien nog belangrijker:
Wat niet gevoeld mag worden.
Veel mensen denken dat zij vrij zijn om hun emoties te ervaren.
Maar wanneer we goed kijken, blijken emoties vaak georganiseerd te worden door het systeem waarin we opgroeien.
Niet omdat ouders dat zo bedenken.
Maar omdat ieder gezin manieren ontwikkelt om met spanning, angst, verdriet, schaamte en conflict om te gaan.
Wat mag er in dit gezin bestaan?
Ieder kind leert al vroeg iets over emoties.
Niet alleen door wat ouders zeggen.
Maar vooral door wat ouders doen.
“Boosheid mag worden uitgesproken.”
“Je hoeft niet sterk te zijn.”
“Jij bent degene die ons overeind houdt.”
Kinderen leren deze regels vaak zonder woorden.
Ze voelen aan welke emoties welkom zijn.
En welke emoties spanning veroorzaken.
Welke gevoelens verbinding opleveren.
En welke gevoelens afwijzing, irritatie of ongemak oproepen.
Gezinnen organiseren emoties
Vanuit systeemtherapie kijken we niet alleen naar individuele gevoelens.
We kijken ook naar hoe gevoelens binnen een gezin worden verdeeld.
Soms lijkt het alsof gezinnen onbewust afspreken wie wat gaat dragen.
De ene persoon wordt de sterke.
De andere probeert de vrede te bewaren.
Het bijzondere is dat deze rollen vaak zo vanzelfsprekend worden dat niemand ze nog ziet.
Totdat iemand probeert eruit te stappen.
Wanneer emoties verboden raken
In sommige gezinnen is verdriet moeilijk.
Bijvoorbeeld omdat ouders zelf veel verlies hebben meegemaakt.
Verdriet wordt dan niet verboden.
Maar het krijgt simpelweg geen ruimte.
Kinderen leren dat verdriet anderen belast.
Dat je niet moet aanstellen.
In andere gezinnen is juist boosheid gevaarlijk.
Conflicten worden vermeden.
Spanningen worden ingeslikt.
Kinderen leren dat boosheid de verbinding bedreigt.
Maar vaak verdwijnt de boosheid niet.
Zij verhuist naar binnen.
Of komt er jaren later alsnog uit.
Vanuit een systemisch perspectief zijn klachten soms meer dan alleen klachten.
Een kind met angstklachten kan zichtbaar maken dat er veel spanning in het gezin aanwezig is.
Een puber met woede-uitbarstingen kan uitdrukken wat niemand durft te zeggen.
Een volwassene die voortdurend voor anderen zorgt, kan een oude gezinsregel naleven:
“Jouw behoeften zijn minder belangrijk dan die van anderen.”
Klachten ontstaan niet alleen door wat iemand voelt.
Maar soms ook doordat bepaalde gevoelens jarenlang niet gevoeld mochten worden.
Het ingewikkelde is dat deze regels vaak diep verbonden zijn met loyaliteit.
Kinderen willen bij hun ouders horen.
Zij passen zich daarom aan de emotionele cultuur van het gezin aan.
Niet omdat zij dat willen.
Maar omdat verbinding een levensvoorwaarde is.
Wanneer een gezin bijvoorbeeld geleerd heeft om nooit boos te zijn, kan het enorm spannend voelen om later grenzen te stellen.
Niet omdat iemand niet weet hoe dat moet.
Maar omdat het onbewust voelt alsof hij daarmee zijn plek in het systeem verliest.
Therapie gaat vaak niet over nieuwe gevoelens leren
Veel mensen denken dat therapie gaat over het ontwikkelen van nieuwe emoties.
Maar vaak gaat het juist over iets anders.
Over toestemming krijgen om gevoelens te ervaren die er altijd al waren.
Verdriet dat nooit ruimte kreeg.
Boosheid die niet mocht bestaan.
Angst die verborgen moest blijven.
Kwetsbaarheid die als zwakte werd gezien.
Therapie wordt dan niet zozeer een plek waar iets nieuws ontstaat.
Maar een plek waar iets mag terugkeren.
De vraag achter veel psychisch lijden
Wanneer iemand vastloopt, vraag ik mij vaak niet alleen af:
“Wat mocht er in jouw gezin gevoeld worden?”
En misschien nog belangrijker:
“Welke gevoelens moesten ergens anders naartoe?”
Want veel psychisch lijden ontstaat niet doordat mensen te veel voelen.
Veel psychisch lijden ontstaat doordat bepaalde gevoelens jarenlang geen plek mochten krijgen.
Totdat iemand ze uiteindelijk alsnog gaat dragen.
En soms voor een heel systeem.