De vermoeidheid van altijd rekening houden met anderen
Over aanpassen, afstemmen en jezelf kwijtraken
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Veel mensen die vastlopen, zien zichzelf niet als egoïstisch.
Eerder het tegenovergestelde.
Ze zijn betrokken.
Houden rekening met anderen.
Voelen snel aan wat iemand nodig heeft.
Passen zich gemakkelijk aan.
Eigenschappen die vaak gewaardeerd worden.
Maar soms schuilt daarin ook een valkuil.
Altijd afgestemd op de ander
Sommige mensen zijn zo gewend geraakt om rekening te houden met anderen dat ze nauwelijks nog stilstaan bij zichzelf.
Ze voelen de spanning van een partner.
De teleurstelling van een ouder.
De behoeften van collega’s.
De verwachtingen van vrienden.
Vaak nog voordat die worden uitgesproken.
Totdat je merkt dat je vooral bezig bent met hoe het met anderen gaat en nauwelijks nog weet hoe het met jezelf gaat.
Aanpassen heeft vaak een geschiedenis
Mensen worden niet zomaar zo gevoelig voor de behoeften van anderen.
Vaak hebben ze vroeg geleerd dat afstemming belangrijk was.
Omdat er thuis veel spanning was.
Omdat een ouder kwetsbaar was.
Omdat conflicten vermeden moesten worden.
Of omdat waardering vooral kwam wanneer je rekening hield met anderen.
Aanpassen werd dan niet alleen vriendelijk gedrag.
Het werd een manier om veiligheid, verbinding of erkenning te behouden.
Wanneer rekening houden verdwijnen wordt
Het probleem ontstaat wanneer afstemming geen keuze meer is.
Wanneer je automatisch rekening houdt met iedereen.
Wanneer je eerst denkt aan wat een ander nodig heeft en pas veel later aan jezelf.
Dan ontstaat langzaam uitputting.
Niet omdat je te weinig geeft.
Maar omdat je jezelf steeds minder meeneemt in de vergelijking.
Mensen die veel rekening houden met anderen voelen zich vaak verantwoordelijk voor gevoelens die niet van hen zijn.
Ze dragen spanningen die ze niet hebben veroorzaakt.
Ze lossen problemen op die niet van hen zijn.
En zeggen ja terwijl ze eigenlijk nee voelen.
Van buiten lijkt het zorgzaam.
Van binnen voelt het vaak eenzaam.
Omdat niemand ziet hoeveel er voortdurend wordt aangepast.
Gezonde verbinding vraagt twee mensen
Werkelijke verbinding ontstaat niet doordat één persoon zich steeds aanpast.
Ze ontstaat wanneer beide mensen aanwezig mogen zijn.
Met hun wensen.
Hun grenzen.
Hun behoeften.
Ook wanneer die verschillen.
Want voor mensen die gewend zijn rekening te houden met anderen kan het bijna egoïstisch voelen om ruimte voor zichzelf in te nemen.
Terwijl het vaak juist een vorm van gezonde zelfzorg is.
De oplossing is meestal niet minder betrokken worden.
Maar leren dat jouw behoeften net zo belangrijk zijn als die van anderen.
Dat rekening houden met een ander waardevol is.
Maar dat je jezelf daarbij niet hoeft kwijt te raken.
Want uiteindelijk is het niet de zorg voor anderen die mensen uitput.
Het is de gewoonte om zichzelf daarin steeds opnieuw te vergeten.