Waarom je puber niet tegen je is, maar vóór zichzelf
Over autonomie, losmaking en waarom verzet vaak een teken van gezonde ontwikkeling is
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Veel ouders herkennen het moment waarop hun kind lijkt te veranderen.
Waar gesprekken vroeger vanzelf gingen, ontstaat discussie.
Waar je vroeger belangrijk was, lijken vrienden ineens belangrijker.
Adviezen worden niet meer automatisch opgevolgd.
Grenzen worden getest.
Meningen worden uitgedaagd.
En soms kan het voelen alsof je puber zich tegen je keert.
Alsof alles wat je zegt verkeerd is.
Alsof iedere opmerking een discussie wordt.
Alsof je de verbinding langzaam kwijtraakt.
Maar vaak gebeurt er iets anders.
Je puber is niet tegen jou.
Je puber is vóór zichzelf.
De opdracht van de puberteit
De puberteit heeft een belangrijke ontwikkelingsopdracht.
Een kind moet langzaam ontdekken wie het zelf is.
Los van ouders.
Los van verwachtingen.
Los van het gezin waarin het opgroeit.
Dat betekent dat een puber niet alleen moet leren verbinden.
Maar ook moet leren onderscheiden.
“Wat vind ik?”
“Wat wil ik?”
“Waar geloof ik in?”
“Wie ben ik als ik niet automatisch doe wat mijn ouders willen?”
Dat proces verloopt zelden geruisloos.
Waarom verzet zo normaal is
Veel gedrag waar ouders zich zorgen over maken, hoort eigenlijk bij die zoektocht.
Discussiëren.
Tegenspreken.
Andere keuzes maken.
Grenzen opzoeken.
Eigen meningen ontwikkelen.
Het zijn manieren waarop een puber oefent met zelfstandigheid.
Niet omdat ouders onbelangrijk zijn geworden.
Maar juist omdat ouders belangrijk zijn.
Een puber oefent autonomie meestal niet bij onbekenden.
Maar bij de mensen bij wie hij zich veilig genoeg voelt om dat te doen.
Wat ouders vaak voelen
Voor ouders kan dit ingewikkeld zijn.
Want waar de puber bezig is met losmaken, ervaart de ouder soms verlies.
Het kind dat vroeger alles vertelde, sluit de deur.
Het kind dat advies vroeg, weet het nu zelf beter.
Het kind dat dichtbij bleef, zoekt meer zijn eigen wereld op.
Dat kan gevoelens oproepen van teleurstelling.
Machteloosheid.
Afwijzing.
Of onzekerheid.
En juist dan ontstaat het risico dat ouders het gedrag persoonlijk gaan maken.
De valkuil van de machtsstrijd
Wanneer ouders het gevoel krijgen dat hun gezag wordt uitgedaagd, ontstaat gemakkelijk een strijd.
De puber wil meer autonomie.
De ouder probeert meer controle te krijgen.
De puber gaat harder duwen.
De ouder gaat harder trekken.
En voor je het weet gaat het gesprek niet meer over de inhoud.
Maar over invloed.
Over wie bepaalt.
Over wie wint.
Terwijl beide partijen eigenlijk iets anders nodig hebben.
Achter het verzet zit vaak verbinding
Wat veel ouders niet zien, is dat pubers meestal niet minder behoefte hebben aan hun ouders.
Die behoefte verandert alleen van vorm.
Een puber wil vaak minder controle.
Maar niet minder betrokkenheid.
Minder bemoeienis.
Maar niet minder interesse.
Minder sturing.
Maar niet minder beschikbaarheid.
De kunst is om aanwezig te blijven zonder voortdurend over te nemen.
Loslaten is niet hetzelfde als loslaten
Ouders horen vaak dat ze moeten loslaten.
Maar dat wordt soms verkeerd begrepen.
Loslaten betekent niet dat je onverschillig wordt.
Niet dat je alles goed vindt.
Niet dat grenzen verdwijnen.
Het betekent dat je langzaam verschuift van sturen naar begeleiden.
Van bepalen naar meedenken.
Van controleren naar vertrouwen.
Dat vraagt soms meer van ouders dan van pubers.
De relatie blijft de basis
Wat pubers uiteindelijk het meest nodig hebben, zijn ouders die beschikbaar blijven.
Ook wanneer ze worden afgewezen.
Ook wanneer gesprekken lastig zijn.
Ook wanneer er ruzie ontstaat.
Niet perfect.
Wel betrouwbaar.
Want juist in de periode waarin pubers zich losmaken, blijft de relatie een belangrijke veilige haven.
Misschien minder zichtbaar dan vroeger.
Maar niet minder belangrijk.
Een teken van ontwikkeling
Misschien helpt het om soms anders naar verzet te kijken.
Niet als een aanval.
Niet als een afwijzing.
Maar als een teken dat een jongere bezig is een eigen identiteit te ontwikkelen.
Dat betekent niet dat alles acceptabel is.
Dat grenzen niet nodig zijn.
Of dat opvoeden ineens gemakkelijk wordt.
Maar het betekent wel dat achter veel weerstand iets gezonds schuilgaat.
De behoefte om een eigen mens te worden.
Want uiteindelijk is het doel van opvoeden niet dat kinderen altijd blijven volgen.
Het doel is dat ze leren zelfstandig hun eigen weg te vinden.
En juist daarom is veel puberaal verzet niet een beweging weg van ouders.
Maar een beweging naar zichzelf.
Fred Hooft
Systeemtherapeut
Wanneer een puber zich afzet, voelt dat voor ouders soms als afstand. Maar vaak gaat het niet over afwijzing. Het gaat over ontwikkeling. Over de zoektocht naar een eigen identiteit. De kunst van opvoeden in de puberteit is daarom niet vasthouden of loslaten, maar verbonden blijven terwijl een jongere steeds meer zichzelf wordt.