Waarom sommige kinderen hun ouders blijven beschermen
Over loyaliteit, hechting en het moeilijk mogen zien van pijn
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Sommige volwassenen vinden het opvallend moeilijk om kritisch naar hun ouders te kijken.
Zelfs wanneer zij zijn opgegroeid met emotionele verwaarlozing.
Of met ouders die langdurig tekortschoten.
Wanneer zij hierover vertellen, volgt vaak vrijwel direct een aanvulling:
“Maar ze deden ook hun best.”
“Ze hadden het zelf moeilijk.”
“Ze konden er waarschijnlijk niets aan doen.”
“Anderen hadden het veel erger.”
En vaak klopt dat allemaal.
Maar soms gebeurt er nog iets anders.
Soms beschermt iemand niet alleen zijn ouders.
Maar ook zichzelf tegen een pijnlijke werkelijkheid.
Kinderen zijn afhankelijk van hun ouders.
Voor een kind is de relatie met ouders van levensbelang.
Daardoor ontstaat een diepe loyaliteit.
Een loyaliteit die vaak veel sterker is dan mensen beseffen.
Kinderen zijn eerder geneigd te denken dat er iets mis is met henzelf dan dat er iets fundamenteel mis is met hun ouders.
Want het idee dat degenen van wie je afhankelijk bent tekortschieten, is voor een kind vaak te bedreigend.
Het kind beschermt de relatie
Wanneer een ouder emotioneel afwezig is, kan een kind allerlei verklaringen bedenken.
“Papa bedoelt het niet zo.”
“Ik vraag waarschijnlijk te veel.”
Dat zijn geen bewuste keuzes.
Het zijn manieren om de relatie overeind te houden.
Want als de ouder niet beschikbaar blijkt te zijn, wat betekent dat dan voor het kind?
Vaak is het veiliger om de pijn bij zichzelf neer te leggen dan het vertrouwen in de ouder te verliezen.
De bescherming blijft bestaan
Wat ooit een overlevingsstrategie was, blijft vaak aanwezig op volwassen leeftijd.
Daardoor kunnen mensen moeiteloos begrip opbrengen voor hun ouders.
Maar veel minder gemakkelijk voor zichzelf.
Ze begrijpen waarom hun ouders deden wat ze deden.
Maar hebben moeite om stil te staan bij wat dat met hen heeft gedaan.
Ze verdedigen hun ouders.
Minimaliseren hun eigen pijn.
En voelen zich soms zelfs schuldig wanneer ze erkennen dat bepaalde dingen tekortschoten.
Loyaliteit en liefde zijn niet hetzelfde
Een belangrijk inzicht vanuit systeemtherapie is dat loyaliteit diep menselijk is.
Loyaliteit betekent niet automatisch dat ouders geen fouten maakten.
En het betekent ook niet dat pijn niet benoemd mag worden.
Het is mogelijk om van je ouders te houden én te erkennen dat je dingen hebt gemist.
Het is mogelijk om begrip te hebben voor hun geschiedenis én verdrietig te zijn over de gevolgen voor jezelf.
Die twee sluiten elkaar niet uit.
Waarom dit zo moeilijk is
Voor veel mensen voelt het benoemen van tekortkomingen alsof ze hun ouders verraden.
Alsof erkenning van hun eigen pijn automatisch een aanval op hun ouders wordt.
Maar psychologische groei vraagt vaak iets anders.
Niet kiezen tussen loyaliteit of waarheid.
Maar ruimte maken voor allebei.
Voor liefde én teleurstelling.
Voor verbondenheid én realiteit.
Herstel begint vaak bij jezelf serieus nemen
Veel volwassenen kunnen feilloos uitleggen waarom hun ouders waren zoals ze waren.
Maar lopen vast wanneer de vraag wordt gesteld:
“Wat had jij eigenlijk nodig?”
Juist daar begint vaak iets belangrijks.
Niet bij het beschuldigen van ouders.
Niet bij het zoeken naar schuldigen.
Maar bij het erkennen van het kind dat probeerde zich aan te passen.
Het kind dat loyaal bleef.
Het kind dat bleef begrijpen.
Het kind dat bleef beschermen.
En dat misschien nooit heeft geleerd dat ook zijn eigen pijn bescherming verdiende.
Misschien is dat een van de moeilijkste stappen in herstel.
Niet stoppen met loyaal zijn.
Maar leren dat er naast loyaliteit ook ruimte mag zijn voor jouw verhaal.