Waarom we soms blijven hopen op iets wat nooit gekomen is
Over afweermechanismen, idealiseren en ontwaarderen
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Sommige verlangens zijn moeilijk los te laten.
Niet omdat ze realistisch zijn.
Niet omdat er aanwijzingen zijn dat ze alsnog vervuld zullen worden.
Maar omdat ze verbonden zijn met iets fundamenteels.
De behoefte om gezien te worden.
Dat zie je bijvoorbeeld bij mensen die jarenlang blijven hopen op erkenning van een ouder.
Op excuses van een ex-partner.
Op aandacht van iemand die emotioneel nooit echt beschikbaar is geweest.
Van buitenaf lijkt dat soms onbegrijpelijk.
Maar psychologisch gezien is die hoop vaak begrijpelijker dan het lijkt.
Hoop beschermt soms tegen verdriet
Wanneer iets belangrijks ontbreekt, ontstaat er pijn.
Maar zolang er hoop bestaat, hoeft die pijn niet volledig gevoeld te worden.
Zolang iemand blijft geloven dat erkenning misschien ooit nog komt, hoeft hij nog geen afscheid te nemen van dat verlangen.
Hoop kan daardoor een beschermende functie krijgen.
Niet omdat iemand zichzelf voor de gek houdt.
Maar omdat de volledige werkelijkheid soms te pijnlijk is om ineens toe te laten.
Een manier waarop mensen zichzelf beschermen, is door te idealiseren.
We zien de ander dan vooral vanuit wat we nodig hebben.
Niet vanuit wie die persoon werkelijk is.
Een ouder wordt gezien als liefdevol, terwijl belangrijke tekortkomingen buiten beeld blijven.
Een partner wordt gezien als bijzonder, ondanks herhaalde teleurstellingen.
Een relatie wordt vastgehouden omdat de fantasie mooier is dan de werkelijkheid.
Idealisereren is geen bewuste keuze.
Het is vaak een poging om verbondenheid vast te houden.
Want als je de beperkingen van de ander volledig ziet, komt soms ook het verdriet naar boven over wat je nooit hebt gekregen.
Het tegenovergestelde gebeurt ook.
Soms slaat idealisering om in ontwaarderen.
De ander wordt dan niet meer gezien als goed, maar als volledig slecht.
Ook dit kan een vorm van bescherming zijn.
Want wanneer teleurstelling te pijnlijk wordt, kan boosheid makkelijker voelen dan verdriet.
De werkelijkheid verdwijnt dan naar de achtergrond.
Wat overblijft zijn uitersten.
Volledig goed of volledig slecht.
Tussen die twee uitersten ligt rouw
Werkelijk emotioneel verwerken gebeurt vaak pas wanneer iemand beide kanten kan zien.
De liefde én de teleurstelling.
De goede momenten én de tekortkomingen.
Wat er was én wat er ontbrak.
Dat is vaak het moeilijke deel.
Want dan ontstaat ruimte voor rouw.
Niet alleen om wat verloren ging.
Maar soms ook om wat nooit gekomen is.
Vanuit psychoanalytisch perspectief is psychische groei vaak verbonden met het verdragen van complexe werkelijkheden.
Dat iemand van je hield én je tekortdeed.
Dat iemand goede intenties had én je pijn heeft gedaan.
Dat je iets nodig had wat die ander niet kon geven.
Pas wanneer die werkelijkheid voldoende verdragen kan worden, wordt afscheid mogelijk van de hoop dat het verleden alsnog anders zal worden.
Misschien is dat de moeilijkste vorm van loslaten
Niet het loslaten van een persoon.
Maar het loslaten van een verwachting.
Van de hoop dat iemand ooit zal geven wat hij waarschijnlijk nooit heeft kunnen geven.
Dat proces voelt vaak als verlies.
En in zekere zin is het dat ook.
Maar juist daar ontstaat vaak iets nieuws.
Niet omdat de pijn verdwijnt.
Maar omdat de energie die jarenlang vastzat in hopen, wachten en verlangen langzaam vrijkomt.
Voor het leven dat er nu is.
Voor relaties die wel beschikbaar zijn.
En voor de mogelijkheid om jezelf te geven wat je zo lang ergens anders hebt gezoch