Wat gebeurt er als één collega werkelijk open de intervisie ingaat, terwijl anderen dat niet doen?
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Intervisie is bedoeld als een plek voor reflectie.
Een plek waar professionals samen onderzoeken wat hen raakt in het werk.
Waar fouten besproken mogen worden.
Twijfels uitgesproken kunnen worden.
Waar niet alleen de cliënt centraal staat, maar ook de hulpverlener zelf.
Tenminste, dat is het ideaal.
In de praktijk gebeurt soms iets anders.
Soms komt één collega werkelijk open de ruimte binnen.
Die vertelt niet alleen wat goed gaat.
Maar ook waar hij vastloopt.
Waar hij onzeker over is.
Wat hem raakt.
Welke fouten hij heeft gemaakt.
Welke gevoelens een cliënt oproept.
Welke dilemma’s hij tegenkomt.
En opvallend genoeg leidt dat niet altijd tot meer openheid van anderen.
Soms gebeurt juist het tegenovergestelde.
Openheid maakt zichtbaar wat anderen verborgen houden
Echte kwetsbaarheid heeft een bijzondere eigenschap.
Ze nodigt uit.
Maar ze confronteert ook.
Want wanneer één persoon zich werkelijk laat zien, ontstaat automatisch de vraag:
“Ben ik bereid hetzelfde te doen?”
Voor sommige mensen is dat veilig.
Voor anderen niet.
Niet omdat zij slechte collega’s zijn.
Maar omdat openheid iets kan raken.
Angst voor beoordeling.
Schaamte.
Onzekerheid.
De behoefte competent over te komen.
De overtuiging dat fouten maken gevaarlijk is.
De open collega wordt het onderwerp
Op zulke momenten ontstaat soms een merkwaardige verschuiving.
In plaats van dat de groep gezamenlijk onderzoekt wat er gebeurt, komt de aandacht steeds meer te liggen bij degene die zich open heeft opgesteld.
Zijn emoties worden besproken.
Zijn functioneren.
Zijn reactie.
Zijn kwetsbaarheid.
Onbedoeld wordt degene die iets zichtbaar maakt zelf het onderwerp van gesprek.
Dat gebeurt niet alleen in intervisies.
Het gebeurt in gezinnen.
Relaties.
Teams.
En organisaties.
Vaak richt een systeem zich op degene die iets zichtbaar maakt, in plaats van op wat zichtbaar wordt gemaakt.
Systeemtheorie: de drager van de spanning
Vanuit systeemtherapie weten we dat groepen vaak streven naar evenwicht.
Wanneer iemand iets benoemt wat de groep liever niet ziet, kan dat spanning oproepen.
De persoon die de spanning benoemt wordt dan soms ervaren als degene die de spanning veroorzaakt.
Terwijl hij deze vaak slechts zichtbaar maakt.
Dat is een belangrijk verschil.
Psychologische veiligheid is niet hetzelfde als een veilige ruimte
Veel organisaties spreken over psychologische veiligheid.
Maar veiligheid ontstaat niet doordat het op een beleidsstuk staat.
Veiligheid ontstaat wanneer mensen ervaren dat openheid niet wordt afgestraft.
Dat kwetsbaarheid niet tegen hen gebruikt wordt.
Dat twijfel niet gelijkstaat aan incompetentie.
Wanneer dat ontbreekt, ontstaat vaak een cultuur waarin mensen vooral vertellen wat veilig is om te vertellen.
En juist datgene waar intervisie voor bedoeld is, blijft buiten beeld.
De prijs van oneerlijke openheid
Voor degene die zich werkelijk open heeft opgesteld kan dat een pijnlijke ervaring zijn.
Hij dacht deel te nemen aan een gezamenlijk onderzoek.
Maar ontdekt dat hij als enige zichtbaar wordt.
Dat leidt vaak tot terugtrekken.
Voorzichtiger worden.
Minder delen.
Of vertrekken.
Niet omdat iemand niet tegen feedback kan.
Maar omdat wederkerigheid ontbreekt.
Kwetsbaarheid zonder wederkerigheid voelt vaak niet als verbinding.
Maar als blootstelling.
Wat vraagt dit van een groep?
Misschien wel de belangrijkste vraag binnen intervisie is niet:
“Wat is er met deze collega aan de hand?”
Maar:
“Wat maakt dat deze situatie ons raakt?”
“Wat herkennen wij?”
“Wat brengen wij zelf in?”
“Wat gebeurt er tussen ons?”
Want echte intervisie begint vaak niet bij het analyseren van één persoon.
Maar bij de bereidheid van iedereen om zichzelf mee te nemen in het gesprek.
Misschien is de meest open collega niet degene met het probleem
Misschien is hij degene die zichtbaar maakt hoeveel ruimte er werkelijk is voor kwetsbaarheid.
Hoe veilig het team daadwerkelijk is.
En hoeveel van ons professionele functioneren nog steeds gestuurd wordt door oude overtuigingen over fouten, schaamte, controle en afwijzing.
Want de kwaliteit van een intervisie wordt uiteindelijk niet bepaald door hoeveel er wordt gesproken.
Maar door hoeveel er werkelijk gedeeld mag worden.