Wat gebeurt er als iemand ontkent wat hij net heeft gezegd?
Over verwarring, werkelijkheid en het gevoel dat je jezelf niet meer vertrouwt
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Soms ontstaat er in relaties een bijzondere vorm van verwarring.
Niet doordat mensen van mening verschillen.
Niet doordat herinneringen anders worden beleefd.
Maar doordat iemand iets zegt en het korte tijd later ontkent.
“Dat heb ik nooit gezegd.”
“Dat bedoelde ik helemaal niet.”
“Dat verzin je.”
“Je begrijpt het verkeerd.”
Terwijl de ander zich vrijwel zeker weet te herinneren wat er gebeurde.
Voor partners, kinderen en ouders kan dat een diep verwarrende ervaring zijn.
Niet alleen omdat er discussie ontstaat over wat er gezegd werd.
Maar omdat er langzaam iets anders gebeurt.
Je begint te twijfelen aan jezelf.
Wanneer de werkelijkheid onzeker wordt
De meeste mensen gebruiken anderen als een soort spiegel.
We toetsen onze ervaringen voortdurend.
Heb ik dat goed gehoord?
Heb ik dat goed begrepen?
Klopt mijn gevoel?
In gezonde relaties is er ruimte voor verschillen.
Twee mensen kunnen zich dezelfde gebeurtenis anders herinneren.
Dat is normaal.
Maar verwarring ontstaat wanneer één van beide werkelijkheden steeds wordt ontkend.
Wanneer er geen ruimte meer lijkt te zijn voor de ervaring van de ander.
Dan verschuift de vraag langzaam van:
“Wat gebeurde er?”
naar:
“Ligt het misschien aan mij?”
En juist dat kan veel impact hebben.
Kinderen zijn hier extra kwetsbaar voor
Voor kinderen is een ouder vaak de belangrijkste bron van informatie over de werkelijkheid.
Kinderen leren wie zij zijn via de reacties van hun ouders.
Wanneer een kind verdriet heeft en hoort:
“Je bent helemaal niet verdrietig.”
Wanneer een kind zich gekwetst voelt en hoort:
“Dat stel je je aan.”
Wanneer een kind iets meemaakt en hoort:
“Dat is nooit gebeurd.”
Ontstaat er een lastig dilemma.
Moet ik mijn eigen ervaring vertrouwen?
Of moet ik mijn ouder vertrouwen?
Omdat kinderen afhankelijk zijn van hun ouders kiezen zij vaak voor het tweede.
Niet omdat zij dom zijn.
Maar omdat verbondenheid belangrijker voelt dan gelijk hebben.
Soms leren kinderen daardoor hun eigen gevoelens, waarnemingen en herinneringen steeds minder serieus te nemen.
Het gaat niet altijd om opzet
Belangrijk is dat dit niet altijd bewust gebeurt.
Sommige mensen ontkennen omdat zij zich schamen.
Omdat zij zich aangevallen voelen.
Omdat zij moeite hebben fouten toe te geven.
Omdat zij zichzelf beschermen tegen pijnlijke gevoelens.
Soms geloven mensen oprecht hun eigen versie van wat er gebeurde.
Dat maakt de gevolgen voor de ander echter niet minder groot.
Want ook zonder slechte bedoelingen kan verwarring ontstaan.
De onzichtbare gevolgen
Mensen die dit langdurig meemaken beschrijven vaak vergelijkbare ervaringen.
Ze gaan gesprekken terughalen in hun hoofd.
Twijfelen aan hun geheugen.
Vragen anderen om bevestiging.
Worden onzeker over hun gevoelens.
Of gaan steeds harder uitleggen waarom hun ervaring klopt.
Niet omdat zij per se gelijk willen krijgen.
Maar omdat zij zichzelf proberen vast te houden.
Omdat ze niet kwijt willen raken wat ze hebben gezien, gevoeld of gehoord.
Herstel begint vaak met vertrouwen
Herstel begint vaak niet met bewijzen.
Niet met winnen van discussies.
Niet met het overtuigen van de ander.
Maar met het langzaam terugvinden van vertrouwen in je eigen ervaring.
Het besef dat twee dingen tegelijk waar kunnen zijn:
De ander kan een andere beleving hebben.
En jouw ervaring mag óók bestaan.
Misschien is dat wel een van de belangrijkste voorwaarden voor gezonde relaties.
Dat er ruimte is voor verschil.
Zonder dat iemand zijn eigen werkelijkheid hoeft op te geven om verbonden te blijven.
Fred Hooft