Hoe kinderen op verschillende leeftijden rouwen
Waarom verdriet er bij een kind vaak anders uitziet dan bij volwassenen
Door Fred Hooft, systeemtherapeut/gedragswetenschapper
Wanneer een kind iemand verliest, denken volwassenen vaak dat verdriet er ongeveer hetzelfde uitziet als bij henzelf.
Huilen. Praten over de overledene. Verdrietig zijn.
Maar kinderen rouwen anders.
Niet omdat zij minder verdriet hebben.
Maar omdat hun brein, hun emotionele ontwikkeling en hun begrip van dood nog volop in ontwikkeling zijn.
Daardoor ziet rouw er op iedere leeftijd anders uit.
Soms zelfs zo anders dat volwassenen niet herkennen dat een kind aan het rouwen is.
Baby’s en peuters (0-3 jaar)
Baby’s begrijpen nog niet wat de dood betekent.
Maar ze voelen wel dat er iets veranderd is.
Ze merken dat iemand weg is. Dat routines veranderen. Dat ouders verdrietig zijn. Dat de sfeer in huis anders wordt.
Hun reactie kan bestaan uit:
Meer huilen
Slechter slapen
Verlatingsangst
Meer behoefte aan nabijheid
Terugvallen in ontwikkeling
Een baby rouwt niet om het begrip dood.
Een baby rouwt om het verlies van veiligheid, voorspelbaarheid en nabijheid.
Kleuters (3-6 jaar)
Kleuters begrijpen de dood vaak nog als iets tijdelijks.
Ze kunnen denken dat iemand later terugkomt.
Of dat hun eigen gedrag iets met het overlijden te maken heeft gehad.
Omdat kleuters magisch denken, kunnen ze geloven:
“Papa is dood omdat ik boos op hem was.”
Of:
“Als ik lief genoeg ben komt mama terug.”
Dat kan veel schuldgevoel geven.
Kleuters wisselen vaak snel tussen spelen en verdriet.
Het ene moment huilen ze.
Vijf minuten later spelen ze alsof er niets gebeurd is.
Dat betekent niet dat ze niet rouwen.
Kinderen doseren verdriet vaak op een natuurlijke manier.
Basisschoolleeftijd (6-12 jaar)
Kinderen beginnen nu beter te begrijpen dat de dood definitief is.
Ze beseffen dat iemand niet meer terugkomt.
Daardoor kunnen vragen ontstaan zoals:
Waarom gebeurde dit?
Gaat iemand anders nu ook dood?
Ga jij ook dood?
Veel kinderen ontwikkelen in deze periode angst.
Angst om opnieuw iemand kwijt te raken.
Sommigen worden juist heel verantwoordelijk.
Ze proberen extra lief te zijn. Extra goed hun best te doen. Extra voor anderen te zorgen.
Alsof zij daarmee nieuwe verliezen kunnen voorkomen.
Rouw kan zich ook uiten in:
Buikpijn
Hoofdpijn
Concentratieproblemen
Boosheid
Moeite op school
Niet ieder verdriet komt via woorden naar buiten.
Soms spreekt het lichaam.
Pubers (12-18 jaar)
Pubers begrijpen de dood meestal net zo goed als volwassenen.
Maar emotioneel bevinden zij zich in een ingewikkelde fase.
Ze zijn bezig met:
Identiteit
Vriendschappen
Autonomie
Loskomen van ouders
Een groot verlies kan die ontwikkeling verstoren.
Sommige pubers trekken zich terug.
Anderen worden boos.
Sommigen zoeken afleiding in vrienden, gamen, sporten, alcohol of risicogedrag.
Vaak lijkt het alsof een puber weinig verdriet heeft.
Maar veel verdriet wordt verborgen.
Niet omdat het er niet is.
Maar omdat afhankelijkheid, kwetsbaarheid en verdriet juist in deze levensfase ingewikkeld kunnen voelen.
Waarom kinderen steeds opnieuw rouwen
Een bijzonder kenmerk van kinderrouw is dat kinderen niet één keer rouwen.
Ze rouwen vaak opnieuw.
Telkens wanneer ze ouder worden.
Een kind van vijf begrijpt een verlies anders dan een kind van tien.
En een puber begrijpt hetzelfde verlies weer anders dan een jongvolwassene.
Het verlies verandert niet.
Maar het begrip ervan wel.
Daardoor kan verdriet jaren later ineens weer terugkomen.
Niet omdat het kind terugvalt.
Maar omdat het verlies opnieuw betekenis krijgt.
Wat kinderen het meest nodig hebben
Kinderen hebben meestal niet de perfecte woorden nodig.
Ze hebben volwassenen nodig die aanwezig blijven.
Volwassenen die niet schrikken van verdriet.
Die vragen durven stellen.
Die herinneringen levend houden.
Die laten zien dat praten mag, maar niet moet.
En misschien wel het belangrijkste:
kinderen hebben volwassenen nodig die begrijpen dat rouw niet altijd op verdriet lijkt.
Soms lijkt rouw op boosheid.
Soms op stilte.
Soms op druk gedrag.
Soms op teruggetrokkenheid.
En soms op gewoon weer even spelen.
Want kinderen rouwen niet ondanks dat ze spelen.
Vaak rouwen ze juist terwijl ze spelen.
Kinderen vergeten hun verlies meestal niet.
Ze groeien eromheen.
En hoe veiliger de mensen om hen heen zijn, hoe meer ruimte er ontstaat om dat verlies een plek te geven in hun
Minder weergeven