Waarom grenzen vaak beginnen bij boosheid
Over verdriet, boosheid en de emotie die veel mensen hebben leren onderdrukken
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Boosheid heeft geen goede reputatie.
Veel mensen associëren boosheid met ruzie.
Met verlies van controle.
Met mensen die schreeuwen.
Daardoor proberen veel mensen boosheid zoveel mogelijk te vermijden.
Maar misschien wordt boosheid daardoor vaak verkeerd begrepen.
Want boosheid is niet alleen een emotie die kapotmaakt.
Boosheid is ook een emotie die beschermt.
Een emotie die iets vertelt.
Een emotie die laat zien dat er ergens een grens is bereikt.
Dat iets te veel is geworden.
Waarom boosheid soms de achterkant van verdriet is
Wanneer mensen boos zijn, kijken we vaak naar de boosheid.
Maar onder boosheid zit regelmatig iets anders.
Een partner die boos reageert omdat hij zich niet gehoord voelt.
Een kind dat boos wordt omdat het zich afgewezen voelt.
Een medewerker die geïrriteerd raakt omdat hij zich niet gezien voelt.
De boosheid is zichtbaar.
De pijn daaronder vaak niet.
Soms is boosheid daarom de buitenkant van een emotie die veel kwetsbaarder voelt.
Want verdriet laat zien dat iets belangrijk voor je is.
En dat is voor veel mensen moeilijker om te laten zien dan boosheid.
Wat gebeurt er als je nooit boos mocht zijn?
Niet iedereen leert dat boosheid welkom is.
Sommige kinderen groeien op in gezinnen waarin boosheid gevaarlijk voelt.
Waar boosheid wordt bestraft.
Waar gevoelens worden genegeerd.
Of waar een kind leert dat het vooral lief, rustig en aangepast moet zijn.
Dan ontstaat soms een moeilijke boodschap:
Veel mensen nemen die boodschap mee naar volwassenheid.
Ze slikken hun irritaties in.
Maken zichzelf verantwoordelijk voor de gevoelens van anderen.
En proberen de vrede te bewaren.
Vaak worden zij gezien als prettige mensen.
Maar van binnen kan zich ondertussen iets opstapelen.
Want gevoelens verdwijnen niet omdat we ze wegduwen.
Ze zoeken vaak een andere uitweg.
Via lichamelijke klachten.
Of soms via plotselinge uitbarstingen die zelfs voor de persoon zelf onverwacht voelen.
Waarom grenzen vaak beginnen bij boosheid
Boosheid heeft een belangrijke functie.
Zij laat ons voelen waar onze grens ligt.
Wanneer iemand over onze grenzen heen gaat.
Wanneer we niet serieus genomen worden.
Wanneer we iets moeten doen wat we eigenlijk niet willen.
Wanneer we te veel geven en te weinig ontvangen.
Dan ontstaat vaak irritatie.
Dat zijn geen fouten van het systeem.
Dat zijn signalen van het systeem.
Mensen die moeite hebben met grenzen stellen, hebben vaak ook moeite met hun boosheid.
Niet omdat ze te boos zijn.
Maar omdat ze hun boosheid te weinig vertrouwen.
Ze luisteren niet naar het signaal.
Ze praten zichzelf eruit.
Ze bagatelliseren wat ze voelen.
Ze passen zich opnieuw aan.
En precies daardoor worden grenzen vaak onzichtbaar.
Boosheid hoeft niet vernietigend te zijn.
Er bestaat ook zoiets als gezonde boosheid.
Boosheid die helpt om jezelf serieus te nemen.
Boosheid die duidelijk maakt wat wel en niet acceptabel is.
Boosheid die je helpt om nee te zeggen.
Zonder anderen te vernederen.
Gezonde boosheid zegt niet:
“Dit werkt niet voor mij.”
Misschien is dit wel de kern
Veel mensen zijn niet bang voor hun verdriet.
Niet bang voor hun angst.
Niet bang voor hun kwetsbaarheid.
Maar wel bang voor hun boosheid.
Omdat zij hebben geleerd dat boosheid gevaarlijk is.
Terwijl boosheid vaak juist laat zien wat belangrijk voor je is.
Wat bescherming nodig heeft.
Misschien is dat de reden waarom herstel soms niet begint met zachter worden.
Maar met leren luisteren naar een gevoel dat je lange tijd hebt weggeduwd.
Niet om harder te worden.
Maar om vollediger te worden.
Want soms begint zelfrespect precies op de plek waar iemand eindelijk durft te voelen:
“Tot hier. En niet verder.”