Wanneer de gedachte aan de dood een gevoel van controle geeft
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Sommige mensen schrikken wanneer zij merken dat er in moeilijke periodes een gedachte opkomt:
“Ik kan er altijd een eind aan maken.”
Vaak ontstaat direct de angst dat dit betekent dat iemand dood wil.
Maar dat is niet altijd wat er gebeurt.
Soms gaat deze gedachte niet over doodgaan.
Soms gaat deze gedachte over controle.
Over de behoefte om niet volledig gevangen te zitten in pijn, angst of wanhoop.
Wanneer mensen langdurig lijden, kan het gevoel ontstaan dat er geen mogelijkheden meer zijn.
Dat er geen invloed meer is.
Juist dan kan de gedachte ontstaan dat er altijd nog een laatste keuze bestaat.
Voor sommige mensen geeft die gedachte paradoxaal genoeg rust.
Niet omdat zij daadwerkelijk dood willen.
Maar omdat de gedachte voelt als een nooduitgang in een gebouw waar zij zich opgesloten voelen.
Vanuit psychologisch perspectief is dat een belangrijk verschil.
“Waar probeert deze gedachte een oplossing voor te zijn?”
Vaak blijkt dat mensen niet verlangen naar hun eigen dood.
Zij verlangen naar het einde van de pijn.
Het einde van de eenzaamheid.
Het einde van de machteloosheid.
Het einde van een leven dat op dat moment ondraaglijk voelt.
Dat maakt de gedachte niet onbelangrijk.
Juist omdat de gedachte een functie heeft, verdient zij aandacht.
Niet met afwijzing of schaamte.
Maar met nieuwsgierigheid.
Wat maakt dat deze gedachte nodig is geworden?
Welke wanhoop probeert zij draaglijk te maken?
Welke uitweg ontbreekt er in het dagelijks leven?
Soms begint herstel niet met het bestrijden van de gedachte.
Maar met het onderzoeken van het lijden waaruit zij voortkomt.
Want achter de gedachte “ik kan er een eind aan maken” zit vaak een veel diepere vraag:
“Hoe kan ik verder leven met wat ik nu voel?”
En juist daar ontstaat ruimte voor gesprek, verbinding en verandering.
Belangrijk: Wanneer gedachten aan de dood vaker voorkomen, sterker worden of gepaard gaan met plannen om jezelf iets aan te doen, is het belangrijk om daar niet alleen mee te blijven lopen en professionele hulp te zoeken. Juist dan is het van belang dat iemand meehelpt dragen wat te zwaar is geworden om alleen te dragen.
Fred Hooft
Systeemtherapeut, gedragswetenschapper en supervisor