Wat gebeurt er tussen cliënt en therapeut dat niet wordt uitgesproken?
Over overdracht, tegenoverdracht en de verborgen gesprekken in therapie
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Veel mensen denken dat therapie vooral bestaat uit gesprekken.
Uit vragen en antwoorden.
Maar een groot deel van wat er in therapie gebeurt, wordt nooit letterlijk uitgesproken.
Het gebeurt tussen de woorden.
In de emoties die zowel cliënt als therapeut ervaren zonder direct te begrijpen waar ze vandaan komen.
Vanuit de psychoanalyse noemen we dat overdracht en tegenoverdracht.
Vanuit de systeemtherapie spreken we soms over resonantie.
Verschillende woorden voor een vergelijkbaar verschijnsel:
mensen roepen iets in elkaar wakker.
Niemand komt alleen de therapiekamer binnen
Wanneer een cliënt tegenover een therapeut gaat zitten, zitten er eigenlijk meer mensen in de kamer.
Mensen die belangrijk zijn geweest.
De verwachtingen, angsten en ervaringen uit eerdere relaties reizen vaak onbewust mee.
Daardoor kan een therapeut soms voelen als een kritische vader.
Een teleurstellende partner.
Niet omdat de therapeut dat werkelijk is.
Maar omdat oude relationele ervaringen opnieuw tot leven komen.
Dat noemen we overdracht.
Wat cliënten wakker maken in hulpverleners
Maar het verkeer loopt niet slechts één kant op.
Ook therapeuten zijn mensen.
Soms voelt een therapeut een sterke behoefte om te helpen.
Soms de neiging harder te werken dan de cliënt.
Soms juist de behoefte afstand te nemen.
Dat noemen we tegenoverdracht.
Vroeger werd gedacht dat dit vooral iets vertelde over de therapeut.
Tegenwoordig weten we dat deze gevoelens vaak belangrijke informatie bevatten over wat zich in relaties afspeelt.
Wanneer de therapeut onderdeel wordt van het systeem
Soms gebeurt er iets bijzonders.
De therapeut begint dezelfde positie in te nemen als andere belangrijke mensen in het leven van de cliënt.
Meer verantwoordelijkheid dragen.
Zonder het te merken wordt de therapeut onderdeel van hetzelfde patroon dat buiten de therapiekamer bestaat.
Juist daarom is reflectie zo belangrijk.
Want wat in de therapie gebeurt, vertelt vaak iets over wat er buiten de therapie gebeurt.
Wanneer een impasse een boodschap is
Iedere hulpverlener kent momenten waarop een behandeling vastloopt.
Inzichten leiden niet tot verandering.
Sessies draaien in cirkels.
Dat voelt soms als falen.
Maar vanuit een relationeel perspectief is een impasse vaak geen fout.
De vastgelopen therapie vertelt soms hetzelfde verhaal als de vastgelopen relaties buiten de therapiekamer.
Misschien voelt de cliënt zich niet begrepen.
Misschien voelt de therapeut zich overvraagd.
Misschien proberen beiden iets op te lossen wat al jarenlang op dezelfde manier vastloopt.
De impasse wordt dan een boodschap.
Niet over de kwaliteit van de behandeling.
Maar over het patroon dat zichtbaar wordt.
De verborgen taal van therapie
Veel belangrijke therapeutische momenten ontstaan niet doordat iemand iets nieuws leert.
Maar doordat iets zichtbaar wordt.
Een manier van verbinden.
Een patroon dat zich opnieuw afspeelt in de relatie tussen cliënt en therapeut.
Dat zijn vaak de momenten waarop therapie meer wordt dan praten.
Dan wordt de behandelkamer een plek waar oude ervaringen niet alleen verteld worden, maar ook beleefd kunnen worden.
En juist daardoor begrepen kunnen worden.
Misschien is dat uiteindelijk wat therapie zo bijzonder maakt.
Niet dat één persoon kennis heeft en de ander hulp nodig heeft.
Maar dat twee mensen samen proberen te begrijpen wat er tussen hen gebeurt.
Omdat juist daar vaak zichtbaar wordt wat iemand al een leven lang met zich meedraagt.
En soms begint verandering niet op het moment dat iemand zichzelf beter begrijpt.
Maar op het moment dat twee mensen samen begrijpen wat er tussen hen gebeurt.