Wat pubergedrag vertelt wanneer je voorbij het gedrag kijkt
Over waarom gedrag vaak een boodschap is en geen karaktereigenschap
Door Fred Hooft, systeemtherapeut
Veel ouders maken zich zorgen over het gedrag van hun puber.
Ze zien boosheid.
Terugtrekken.
Onverschilligheid.
Discussies.
Luiheid.
Opstandigheid.
Of juist eindeloos gamen en zich afsluiten van de buitenwereld.
Logisch dat ouders zich afvragen:
“Waarom doet hij zo?”
“Wat is er met haar aan de hand?”
“Hoe krijg ik dit gedrag weg?”
Maar vanuit een systemische en hechtingsgerichte blik is er vaak een interessantere vraag:
“Wat probeert dit gedrag te vertellen?”
Want gedrag is zelden zomaar gedrag.
Gedrag is wat zichtbaar wordt
Wanneer ouders zich zorgen maken, gaat de aandacht vaak naar wat zichtbaar is.
De boze uitbarsting.
De dichtslaande deur.
De onvoldoende op school.
De eindeloze discussies.
Het niet luisteren.
Maar gedrag is meestal de buitenkant van iets dat zich van binnen afspeelt.
Zoals koorts iets vertelt over wat er in het lichaam gebeurt.
Zo vertelt gedrag vaak iets over wat er emotioneel speelt.
De boze puber
Boosheid is één van de emoties die ouders het vaakst zien.
Maar boosheid is zelden de hele waarheid.
Onder boosheid kunnen gevoelens liggen zoals:
onmacht
verdriet
schaamte
teleurstelling
angst
onzekerheid
Boosheid is vaak gemakkelijker te laten zien dan kwetsbaarheid.
Voor veel pubers geldt:
liever boos lijken dan onzeker.
De stille puber
Sommige pubers trekken zich juist terug.
Ze praten minder.
Blijven op hun kamer.
Lijken nergens zin in te hebben.
Ouders ervaren dat vaak als desinteresse.
Maar terugtrekken kan veel betekenissen hebben.
Overprikkeling.
Onzekerheid.
Schaamte.
Stress.
De behoefte om gevoelens eerst zelf te begrijpen.
Niet iedere puber die zich afsluit, wil afstand.
Soms weet een puber simpelweg niet hoe hij contact moet maken.
De puber die nergens naar luistert
Veel ouders zien verzet als ongehoorzaamheid.
Maar tijdens de puberteit speelt vaak iets anders.
Pubers zijn bezig met autonomie.
Met ontdekken wie zij zelf zijn.
Dat betekent dat zij meningen ontwikkelen.
Grenzen testen.
Verschillen zichtbaar maken.
Dat proces kan lastig zijn.
Maar het is vaak een teken van ontwikkeling, niet van mislukte opvoeding.
Achter gedrag zit vaak een behoefte
Vanuit hechting en systeemtherapie kijken we daarom niet alleen naar wat een puber doet.
Maar ook naar welke behoefte eronder ligt.
Onder boosheid kan behoefte aan begrip liggen.
Onder terugtrekken behoefte aan rust.
Onder discussie behoefte aan autonomie.
Onder stoer gedrag behoefte aan acceptatie.
Onder perfectionisme behoefte aan waardering.
Wanneer ouders alleen reageren op het gedrag, missen ze soms de boodschap.
De invloed van het gezin
Gedrag ontstaat bovendien nooit in een vacuüm.
Pubers maken deel uit van een gezin.
Van relaties.
Van een context.
Soms vertelt het gedrag van een puber ook iets over spanningen in het systeem.
Over zorgen.
Over verwachtingen.
Over loyaliteiten.
Over veranderingen die plaatsvinden binnen het gezin.
Dat betekent niet dat ouders schuld hebben aan het gedrag.
Wel dat gedrag vaak meer vertelt dan alleen iets over de puber zelf.
Van oordeel naar nieuwsgierigheid
Veel verandering begint wanneer ouders een andere houding aannemen.
Niet:
“Waarom doe je zo lastig?”
Maar:
“Wat probeert dit gedrag mij te vertellen?”
Niet:
“Hoe stop ik dit gedrag?”
Maar:
“Wat heeft mijn kind nodig?”
Die verschuiving lijkt klein.
Maar verandert vaak het hele gesprek.
Achter gedrag zit een verhaal
Dat betekent niet dat alles goedgepraat moet worden.
Pubers hebben grenzen nodig.
Structuur.
Verantwoordelijkheid.
Maar grenzen werken vaak beter wanneer ze gecombineerd worden met begrip.
Wanneer ouders niet alleen kijken naar wat hun kind doet.
Maar ook naar wat hun kind probeert duidelijk te maken.
Want achter veel pubergedrag zit geen onwil.
Geen slechte persoonlijkheid.
Geen karakterfout.
Achter veel pubergedrag zit een verhaal.
Een gevoel.
Een behoefte.
Een zoektocht.
En juist daar begint vaak werkelijk contact.
Fred Hooft
Systeemtherapeut
Wanneer we alleen naar gedrag kijken, zien we vaak het probleem. Wanneer we nieuwsgierig worden naar de betekenis van gedrag, zien we de mens erachter. Dat geldt misschien nergens zo sterk als bij pubers. Want achter veel pubergedrag schuilt niet de vraag: “Hoe kan ik lastig zijn?” maar veel vaker de vraag: “Zie je wat er met mij gebeurt?”